A en T kunnen twee waterstofbruggen maken, terwijl C en G drie waterstofbruggen kunnen maken. De waterstofbrug vormt de verbinding tussen de twee nucleotiden.
In het onderstaande plaatje staat alles duidelijk afgebeeld. Ook zie je de structuurformules van de afzonderlijke nucleotiden.
Illustratie afkomstig van
Acces Excellence. Je kunt het plaatje ook
downloaden, om bijvoorbeeld in je verslag te gebruiken.